WORDTGETEKEND.NL

Regel 2 bij arceren: houd de lijntjes in dezelfde richting (is ook een vorm van consequent zijn). Dat wil zeggen bij elke afzonderlijke arceerlaag. We kunnen namelijk door meerdere lagen over elkaar heen te arceren een gedeelte steeds donkerder maken. Zo kunnen we een bal naar de rand toe steeds meer schaduw meegeven. Nogmaal: niet altijd nodig, wel eens leuk. Wat wel gebruikt kan worden is dat lijntjes niet altijd kaarsrecht hoeven te zijn. Kromme lijntjes als arcering hebben zo hun eigen effect.

 

Regel 3: gebruik nette losse streepjes, en ga niet krassen. Dat ziet er namelijk echt niet uit. Dan is weglaten een betere optie.

 

Vervolgens zoeken we een paar mooie onderdelen in onze tekening die we van wat arcering willen voorzien. We varieren ook wat in arceerhoeveelheid.Tenslotte brengen we (als we willen, maar zoals gezegd geeft het altijd wel een mooi effect) wat diepzwarte elementen aan.

LES 5 (arceren)

Dag allemaal! Weer lekker bezig geweest? Het onderwerp voor deze les is arceren, oftewel lijntjes zetten. Krassen. Streepjes tekenen. Lijkt allemaal niet zo heel heftig, maar het is een techniekje waarmee u minimaal twee effecten bereikt: er komt vorm in uw tekening, en er komt contrast in uw tekening.

 

Weet u nog, de beer uit les 2? Aan het eind hebben we even wat op de achtergond gekrast. een paar verticale lijntjes, waarmee we een donker vlak hebben gesuggereerd. Dat was onze eerste arceer-actie.

 

1. Wanneer gaan we arceren?

Nou, als u denkt dat het in uw stijl te pas komt. Met arceren suggereren we diepte, een verloop van licht naar donker, een schaduweffect. Om u heen kijkend ziet u altijd wel een verloop van licht naar donker. Dat komt omdat de meeste objecten niet plat zijn maar drie-dimensionaal. Er zit vorm in, en dat weerkaatst het licht op een steeds andere manier. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de maan wanneer we het over weerkaatsen hebben. Wie goed naar de maan kijkt, of leg voor mijn part een voetbal op tafel, ziet dat de ronde vorm mooi wordt ingevuld met een geleidelijk-van-licht-naar-donker-effect. Maar, en dat zal nog wel een paar keer worden herhaald, in een cartoon (in het bijzonder uw cartoon) is er van alles mogelijk. Sommige cartoons zijn juist heel 2-dimensionaal. Daarin schuilt ook een deel van de grote zeggingskracht van een cartoon of tekening: met zo min mogelijk lijntjes zo veel mogelijk zeggen. Denk hierbij maar aan Fokke en Sukke, of Kuifje. Zeer schematisch weergegeven (schematisch is trouwens de officiële benaming voor deze tekenstijl). Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich tekenaars zoals Don Lawrence (Trigië, Storm) die erg "realistisch" tekenwerk laten zien. U kunt met uw tekenstijl zelf bepalen waar ergens u wilt gaan zitten op de lijn tussen deze twee uitersten. Ik zou zeker in het begin zeggen: houd het lekker simpel. Nu niet gelijk stoppen met deze les, het is erg nuttig om een beetje met schaduwen te kunnen werken.

 

2. Hoe gaan we arceren?

Nu we weten dat we met arceren schaduw kunnen maken, en dus de suggestie van een vorm kunnen creëren, moeten we ook kijken hoe we dat gaan doen.

Regel 1 is: wees consequent. U kunt niet volstaan met een gedeelte van de vorm te behandelen en de rest te laten zitten. Waar we bij een stenen muur nog weg kunnen komen door op een paar plekken een paar stenen te tekenen, is het bij schaduw aanbrengen zaak om waar we aan beginnen ook af te maken. Wie een tafelpoot arceert, moet de hele poot doen. Ik zie meteen ook weer een uitzondering op dit beginsel... Het kan natuurlijk zo zijn dat u een deel van de tafelpoot in de schaduw wilt zetten omdat het tafelblad daarvoor zorgt. Bedenk dan echter wel dat dat een andere schaduw is dan die van de zon rechtstreeks op de poot valt. In de illustratie heb ik dat weergegeven met een donkerder, anders gearceerd gebiedje onder het blad. De poot aan de rechterkant ziet er uit alsof hij niet "af" is.

Even een kleine tip tussendoor: door de buitenrand net niet te raken wordt een mooi, enigszins glanzend effect bereikt. Wie echter nog meer glans wil suggereren, zet tegen het gearceerde deel nog een dikke, ietwat grillige lijn aan. Werkt

uitstekend voor bijvoorbeeld stalen voorwerpen of gepoetste schoenen.

3. Waar gaan we arceren?

Het moet opgevallen zijn dat de schaduwzijde altijd aan de andere kant van een voorwerp is dan van waar het licht inkomt. Bij een tekening moeten we dus ook gaan bepalen waar onze zon of raamopening of lamp gesitueerd is. Als we dat hebben bepaald, wijst de schaduw kant zich vanzelf, en kunnen we gaan starten met het vormgeven van ons voorwerp. Denk bij voorwerp trouwens in de breedste zin van het woord: ik noemde al een bal en een tafelpoot, maar ook een arm, een been, een neus, een wang enzovoort hebben een derde dimensie en veroorzaken dus schaduw aan de kant waar de zon niet schijnt....

 

Een tekening zetten we meestal op met simpele, enkelvoudige lijnen. Sommigen maken liever eerst een potloodschets die ze overtrekken met een pen. Daarna moeten de potloodstrepen weer worden weggegumd. (neem hiervoor een kneedgum, zeker op echt tekenpapier geeft dat het beste resultaat, zonder dat het papieroppervlak teveel beschadigt. Wel vervangen als de kneedgum verzadigd is met grafiet!) Anderen zetten de tekening op met een paar halen van een balpen, en trekken daarna over op een nieuw vel (printerpapier schijnt meestal net genoeg door). Eventueel is een lichtbak (perspex werkblad met daaronder een lamp, ideaal! Ik heb hem zelf ook....) een goed hulpmiddel. In één keer de hele tekening neerzetten met een pen of stift zonder voorbereidende schets is slechts weinigen gegeven. Ik doe het zelf ook meestal op een van bovenstaande manieren. Elke andere methode resulteert in een andere dynamiek van lijnvoering, en dus in een andere vorm van spontaniteit. U zult wel gezien hebben dat er vrij veel overtrekken aan te pas komt. Dat is helemaal geen probleem: we trekken immers onze eigen proefschets over! Maar goed: de eerste lijnen staan. Nu gaan we even terug naar les 2 en kijken we welke lijnen we iets dikker willen hebben.

Ik heb hier een voorbeeld van een voetballer uitgewerkt, maar dit geldt natuurlijk voor alles wat u tekenen wil. Tevreden met een enkele lijn? Stop dan na stap 1. Toch wat meer diepte en contrast? Lekker doorgaan zou ik zeggen! Ergens er tussen in? Uw tekening!!

 

Tenslotte, een voorwerp of een personage zweeft nooit los in de lucht, althans, meestal niet, en als dat wel zo is hebben we hetzelfde volgende verschijnsel nodig (zie de vierde voetballer hierboven). Om een voorwerp enigszins in de omgeving te plaatsen, maken we vaak gebruik van de schaduw die iets of iemand op de grond veroorzaakt. Hiermee valt eigenlijk de hele tekening op zijn plek, worden onderlinge proporties duidelijk en zien we waar de grond precies is. Ook hier geldt de kracht van de suggestie: we hoeven niet de grond te tekenen, doch slechts de schaduw die op die grond valt. Niet altijd per sé nodig, maar het helpt erg in wat grotere tekeningen met meerdere elementen.

Nu kan ik die schaduw weergeven door heel natuurgetrouw te gaan arceren. Ik kan ook alleen de buitencontour van die schaduw weergeven, of een combinatie van beiden. Helemaal zwartmaken van schaduwen geeft een dreigend en sinister, maar wel heel krachtig effect. Houd hier ook regel 1 in de gaten: blijf consequent dan ook dat deel van uw tekening voorzien van zwarte slagschaduwen. Experimenteren maar!

 

Wie zich er even in verdiept kan ook wel andere weergaven bedenken. Kijk ook hier weer naar de oplossingen die andere tekenaars hiervoor gebruiken.

 

Tot slot nog een optisch tekentrucje om een glimmend oppervlak zoals een waterplas, een olieplas (maar ook bijvoorbeeld een glad tafelblad) weer te geven:

Gewoon enkele verticale strepen, en eventueel een paar bredere ertussen.

Goed, dat was het weer voor deze les; Lekker streepjes maken, en vooral blijven kijken en verwonderen!